VOC kaart lag 300 jaar lang verborgen

Deze zeekaart van meestercartograaf Joan Blaeu is onderdeel van de Corpus Christi Collectie. Een verzameling VOC-kaarten die 300 jaar lang verborgen lag in Engeland en door een miljoenenaankoop in 2006 tot de collectie van het Maritiem Museum behoort.

Met deze kaart kon een route over de oceaan worden uitgezet

In 1669 maakte Joan Blaeu deze handschriftkaart van de Indische Oceaan, met links Afrika, boven Arabië en rechts delen van Maleisië en de Indische Archipel. Het is een zogenoemde overzeiler, waarmee een route over de oceanen kon worden uitgezet. Tot aan de zeventiende eeuw volgden schepen bij voorkeur de kustlijn om niet te verdwalen. Dit was een zekere, maar weinig efficiënte manier van varen. Overzeilers boden een sneller alternatief voor wie het aandurfde de kustlijn te verlaten. De kunst was om vanaf Kaap de Goede Hoop oostzuidoost te varen naar het eilandje Sa Paulo, om vanaf daar op de westelijke winden Straat Sunda te bereiken. Wie Sa Paulo miste en te ver doorvoer naar het oosten, liep het risico terecht te komen op de rifachtige kust van Australië. Een mooi detail zijn de plaatsnamen die in het zwart langs de kust staan ingetekend. In het rood zijn de waternamen vermeld. Onbekende eilandjes kregen vaak een door de passerende schipper bedachte naam. Als de cartograaf deze namen overnam, en na hem zijn collega-kaartenmakers, raakten ze algemeen geaccepteerd, ook internationaal. Zo werd Australië, onder meer in Frankrijk en Engeland, tot diep in de negentiende eeuw Nova Hollandia genoemd en is Tasmanië, vernoemd naar Abel Tasman, op een vergelijkbare manier aan zijn naam gekomen.

Meestercartograaf van de VOC

Blaeu was behalve cartograaf ook uitgever en drukker. Deze manuscriptkaart van de Indische Oceaan is een voorbeeld van de hoogstaande Nederlandse cartografie in de 17e eeuw. Kaarten als deze werden gekopieerd en dienden als voorbeeld voor gedrukte kaarten. Hij is op schaal getekend, goed afgewerkt en voorzien van een windroos. Aan boord werden de kaarten opgerold en in blikken kokers bewaard. De naad in het midden van de kaart is dus van later datum. De rondingen op twee van de hoeken verraden dat het perkament afkomstig is van een kalfsvel. Daar hebben namelijk de poten gezeten. Een voordeel van perkament ten opzichte van papier, was dat perkament veel beter bestand was tegen de omstandigheden, ook in tropische streken. De kaart is als handschriftkaart een uniek exemplaar, gesigneerd met de naam Joan Blaeu. Het Maritiem Museum bezit een kwart van alle bewaard gebleven handgetekende Blaeukaarten ter wereld.