ONS MUSEUMGEBOUW: TRANSPARANT, RUIM EN ZICHTBAAR

Het gebouw van het Maritiem Museum (Wim Quist, 1986) is aan een grondige opknapbeurt toe. Het pand is economisch afgeschreven, en met de stad veranderen ook de voorwaarden aan het uiterlijk en innerlijk van het gebouw aan de Leuvehaven. Samen met de gemeente onderzoekt het Maritiem Museum hoe het er in de toekomst uit moet zien. Veel is nog onduidelijk, maar de ambities zijn glashelder.

In het integrale huisvestingsplan voor culturele instellingen 2021-2031 is 52,6 miljoen euro gereserveerd voor renovatie of nieuwbouw van het Maritiem Museum. Een mooi momentum om het gebouw aan te passen. “Het Maritiem Museum is een van de hoogtepunten van havenstad Rotterdam, maar dat zie je er vanaf Churchillplein niet van af,” begint directeur Bert Boer. “Het uiterlijk is van die kant vrij gesloten. Dat paste destijds goed in de eisen – zowel de Coolsingel als de Blaak waren toen zesbaans autowegen.” Maar het stadscentum is veranderd. Minder auto’s, meer groen, fietsers en voetgangers. En juist die voorbijgangers lopen door de gesloten uitstraling nu makkelijk voorbij het museum. Het gebouw moet dan ook transparanter worden en een meer iconische uitstraling krijgen. Daarnaast is er, heel praktisch, meer ruimte nodig. “Een van onze ambities is een groei van het aantal bezoekers van 200 naar 350 duizend – dan heb je simpelweg meer vierkante meters nodig.”

Meer verbinding

Samen met de gemeente is onderzocht wat de beste optie is voor de huisvesting. Nieuwbouw aan de Rijnhaven was een mogelijkheid, maar volgens het stadsbestuur is het museum onmisbaar voor de maritieme uitstraling van de binnenstad. Daarom is gekozen voor renovatie. De grote vervolgvraag is dan natuurlijk: hoe zal het museumgebouw er daarna uitzien? Hoe drastisch moet er verbouwd worden? Om dat helder te krijgen, zijn ambities geformuleerd. Zo moeten het museum, de museumhaven en de nieuwe maritieme werkplaatsen nog beter met elkaar verbonden worden, en geïntegreerd in het totale museumbezoek. Boer: “Die verschillende locaties versterken elkaar: de werkplaatsen leggen een extra verhaallijn over de objecten in de museumhaven. Daarom moet je daar, als bezoeker van het museum, ook meer vanzelfsprekend terechtkomen. Verder willen we ruimtes achter de schermen, zoals het depot en de restauratieateliers van het museum, in de toekomst echt laten zien, voor een levendiger en dynamische uitstraling. Dat kan door de gesloten depots op de derde verdieping bij het museum te betrekken, en daar te laten zien hoe we aan onze tentoonstellingen en objecten werken.”

Verder moet de routing binnen het museum verbeterd worden, vindt Boer. “Nu moeten bezoekers door het hele museum om bij de kinder-doe-expo Professor Plons te komen, terwijl dit voor sommige bezoekers hun voornaamste bezoekdoel is. Dat is niet logisch. En er is meer te verbeteren bij deze succesvolle tentoonstel- ling: kunnen we het buitendeel van die expo bijvoorbeeld weer mooi aan laten sluiten bij de museumhaven?” Boers ambitie is om in 2024, bij het 150-jarig bestaan van het museum, de plannen te presenteren. “Ik droom dat we dan in 2026 aan de renovatie kunnen beginnen, als het gebouw precies 40 jaar oud is. Maar één ding staat vast: de renovatie begint pas als 100% zeker is hoe we het willen hebben. Lang dicht zijn willen we voorkomen. Zonder het Maritiem Museum is Rotterdam, als maritieme hoofdstad van Europa, niet compleet.”


Foto: Expositie Goud van Hout (1991)