Op volle kracht vooruit

Het enthousiasme van directeuren Bert Boer en Chris Opgenoort is groot. De aanvraag voor het Cultuurplan, het vierjarige subsidieprogramma voor kunst en cultuur van de Gemeente Rotterdam, is namelijk verzonden! De directeuren hebben concrete plannen, maar durven ook te dromen.

Cultuur is één van de instrumenten om Rotterdam nog beter te maken. Musea betrekken inwoners bij hun stad, duiden waar ze vandaan komen en hebben een rol in educatie en in het regionale  bedrijfsleven. Dat vertelt Bert Boer, algemeen directeur van het Maritiem Museum Rotterdam. Dat het museum die rol goed vervult, blijkt uit de jaarlijks stijgende bezoekersaantallen, maar ook uit het winnen van de BankGiro Loterij Museumprijs 2018, de grootste publieksprijs van Nederland. ‘En het wordt nog beter!’ zegt Boer enthousiast. ‘Bijvoorbeeld door het versterken van de verbinding met de museumhaven, door een nieuw paviljoen in het Maritiem District, en natuurlijk door het tentoonstellen van meer objecten uit de geweldige maritieme collectie die we namens alle Rotterdammers beheren.’

Maritiem tot op het bot

Een groei van 10.000 bezoekers per jaar is wenselijk en beheersbaar, vindt Boer. ‘Er gebeurt enorm veel in de stad, waar wij van profiteren. We liggen straks aan een prachtig heringerichte Coolsingel, het aantal toeristen stijgt en er komen nieuwe woontorens in de buurt.’ Het museum zelf verandert mee om deze potentiële bezoekers binnen te krijgen. Boer: ‘We hebben hard gewerkt om de entreehal van het museum te verbeteren. Het museumcafé en de -winkel hebben we nu in eigen beheer. Ze zijn onderdeel van de ontvangsthal, net als een wand voor objecten. Die veranderingen hebben effect op de uitstraling buiten: voorbijgangers zien een prachtig museum. Je stapt nu geen hal meer binnen, maar een museale, maritieme sfeer.’

Maritiem dagje uit

De kansen liggen vooral op het vlak van beleving, vult Chris Opgenoort, directeur bedrijfsvoering, aan. ‘Hoe zorg je bijvoorbeeld dat mensen nog beter worden ontvangen? Ik denk dat we het geweldig doen op het gebied van tentoonstellingen, maar dat er nog kansen liggen op het gebied van publieksbeleving. Negentig procent van onze bezoekers komt niet alleen voor de maritieme geschiedenis, maar ook voor leuk dagje uit. Pas als mensen er zijn, kun je ze het belang van de maritieme wereld in onze samenleving meegeven. Om hun dagje uit nog aantrekkelijker te maken, bieden we iets te eten of te drinken in de sfeer van de dag, een leuke winkel om een maritieme herinnering te kopen en mooie belevenissen. Nu we zelf de horeca en winkel beheren, hebben we meer regie. Alle medewerkers en vrijwilligers moeten als prioriteit hebben, dat de bezoeker een leuke dag uit heeft. Daarnaast hopen we natuurlijk dat de bezoeker zich meer bewust is van de invloed van de maritieme wereld op onze samenleving. Ik geloof heilig dat dat kan!’

Varende collectie als visitekaartje

Het maritieme uitje begint al ver voor de bezoeker het museum binnenstapt, als het aan Boer en Opgenoort ligt. Sinds de fusie met het Havenmuseum in 2015 is het Maritiem Museum het grootste maritieme openluchtmuseum van Europa. Boer: ‘Die combinatie van binnen en buiten maakt ons uniek. Maar de museumhaven wordt soms over het hoofd gezien. Daarom gaan we de ingang aan de haven prominenter maken. Bezoekers die met de metro komen, zouden niet vanaf de Schiedamsedijk het museum in moeten lopen, maar via het pleintje aan de Leuvehaven.’ Dat is overigens niet het enige dat buiten gaat gebeuren. Aan de Leuvehaven, deel van het Maritiem District, komt een nieuw paviljoen met werkplaatsen van het museum. Opgenoort: ‘Daar gaan we de buitencollectie van 41 varende objecten op orde houden. Zo geven we ons visitekaartje af aan mensen die daar een wandeling maken of een terrasje pakken, maar bijvoorbeeld ook aan bezoekers van het haveninformatiepunt, dat daar ook gevestigd zal zijn. Bovendien kunnen we er maritieme verhalen vertellen van vroeger en nu. Daar ligt de mogelijkheid tot verdieping. We hebben heel veel vrijwilligers met een schat aan kennis. Wat zij vertellen, heeft impact.’

En er kan meer met de haven en omgeving, vindt Opgenoort. ‘Samen met de vrijwilligers werken we nu bijvoorbeeld aan onze winteropenstelling. Daarnaast hebben we een locomotor, de waterbussen die door de stadshavens varen en kunnen kinderen een scheepsdek zwabberen of werken met de hijskraan. We willen deze attracties vaker programmeren om de museumhaven te verlevendigen.’

Bert Boer kijkt met een open blik nog verder de toekomst in. ‘Ik zou het fantastisch vinden als de Rotte weer met de Leuvehaven verbonden werd, en dat daar een nieuw gebouw voor het Maritiem Museum komt. Deels in of over de haven, zodat de schepen er onderdoor kunnen varen. Met hoogbouw kun je zelfs denken aan een combinatie met een hotel of woningen. Maar dat is wel een langetermijndroom.’

Verdieping en verbreding

Hoewel het Maritiem Museum een echt familiemuseum is – schoolvakanties zijn de drukste periodes - moet ook de maritieme liefhebber aan zijn trekken komen. Boer: ‘Daarom gaan we meer objecten uit onze collectie tonen. Je kunt meerdere doelgroepen bereiken met de juiste tentoonstelling. Bij de nieuwe expositie over de Rotterdamse haven presenteren we heel veel scheepsmodellen. Dat maakt het ook interessant voor de echte maritieme fans, die we er meer over kunnen vertellen. We moeten die dialoog met de bezoeker nog veel meer aangaan. Hoe leuk is het niet, als je naar zo’n model staat te kijken en een museummedewerker zegt: had je dat detail al gezien?’

Museum van de toekomst

Het Maritiem Museum is plek voor historie, maar ook voor heden en de toekomst. Dat wordt duidelijk door de actuele onderwerpen van exposities, zoals de drugshandel of de offshore sector. Maar ook door het tijdelijk herbergen van de ‘Interceptor’ in de museumhaven: de nieuwste uitvinding van The Ocean Cleanup, de Nederlandse non-profit organisatie die probeert de wereldoceanen van plastic te ontdoen. ‘Het mooie is dat we bezoekers laten nadenken over de toekomst,’ zegt Boer. ‘In de Offshore Experience vragen we bezoekers bijvoorbeeld om mee te denken over duurzame energie. Schoolkinderen hebben ook samen met onderzoeksinstituut Marin een slim, schoon en veilig schip van de toekomst ontworpen. En we bieden natuurlijk educatieve programma’s voor verschillende doelgroepen.’

Rotterdam