Nieuwe expo 'De Haven' geeft uniek kijkje in depot

Collectie vertelt het verhaal  van de Rotterdamse haven

In de nieuwe tentoonstelling ‘De Haven’ is een hoofdrol weggelegd voor een spectaculaire hoeveelheid objecten uit de collectie van het Maritiem Museum Rotterdam, waaronder tientallen scheepsmodellen. De voorbereidingen voor deze expo begonnen al vroeg. De redactie van ons relatiemagazine ‘Vaart!’ nam een kijkje achter de schermen.

Wie Rotterdam zegt, zegt havenstad. En waar beter dan in het Maritiem Museum, op de plek waar de grootste zeehaven van Europa ooit begon, ontdek je het verhaal van deze iconische plek? In de tentoonstelling ‘De Haven’, die half april opent, staan zeven mijlpalen centraal, momenten die vormend zijn (geweest) voor de Rotterdamse haven. Voor iedere mijlpaal werden modellen van schepen, kranen of baggermolens geselecteerd, die tekenend zijn voor een tijdsperiode of bepaalde ontwikkelingen illustreren. Schilderijen en foto’s uit onze collectie, die zes eeuwen maritieme geschiedenis beslaat, maken het verhaal compleet.

Dat ene kottertje

In ‘De Haven’ zijn zo’n honderd schilderijen en foto’s te zien én ruim zeventig modellen. Al die modellen gingen door de handen van conservator Jan Briek, die de objectenlijst voor de tentoonstelling samenstelde. Hij keek naar de betekenis van de modellen, maar ook naar de staat waarin ze verkeerden, nadat ze jaren (of zelfs decennia) opgeslagen zijn geweest in het depot. In samenwerking met collega’s stelde hij het formaat en gewicht vast, en of restauratie noodzakelijk was. ‘Ik heb elke plank van het depot gezien’, vertelt Briek. ‘Dan ontdek je echt de rijkdom van onze collectie. Dat klinkt hoogdravend, maar als ik mensen uit de haven daar rondleid, zijn ze soms tot tranen toe geroerd.’ Dat gevoel moet de expo ook oproepen bij bezoekers. Daarom krijgt het de vorm van een ‘open depot’.

De modellen die uiteindelijk in ‘De Haven’ staan, is slechts een deel van de imposante lijst die Briek bij een eerste selectie maakte. Daarop stonden bijna 300 modellen, die onmogelijk allemaal tentoongesteld konden worden. Wat moest er afvallen? Voor de schifting werkte hij samen met projectleider Patricia Mensinga. Waar Briek met een historisch-maritieme blik keek, vond zij het totaalplaatje voor de bezoeker bepalend. Mensinga: ‘Jan zou het liefste alle modellen laten zien, maar we moeten nu eenmaal keuzes maken omwille van de beschikbare ruimte. En ja, dan sneuvelt soms dat ene hele mooie kottertje.’ Zij noemt de expo een gethematiseerd depot. ‘Het is prachtig dat we veel objecten laten zien, die tot nu toe bijna nooit uit het depot kwamen.’

Nooit één oplossing

Toen de definitieve lijst met objecten bekend was, ging restaurator Jip Peeks aan de slag. Zij specialiseerde zich in houten objecten tijdens haar master Conservatie en Restauratie aan de Universiteit van Antwerpen; tijdens haar stage bij het Maritiem Museum boog ze zich voor het eerst over scheepmodellen. Peeks bleef na haar studie bij het museum om te helpen met de nieuwe tentoonstelling. In één jaar tijd gingen er meer dan honderd modellen door haar handen.

Per object bekeek Peeks welke behandeling het meest geschikt was. ‘Sommige modellen reinig ik vochtig, maar bij andere kan dat niet, omdat de afwerkingslaag dan beschadigd raakt. Er is nooit één oplossing die werkt voor alle objecten.’ Haar werkzaamheden waren heel divers: soms repareerde ze een loszittend vlaggetje, soms herstelde ze de lak op de romp of verving gebroken tuigage. ‘Tuigage dat vervaardigd is aan het begin van de twintigste eeuw, is heel fragiel. Het breekt zonder aanraking, maar vervangen is een hele klus: ik moet nieuw touw slaan, dat kleuren en de oorspronkelijke vorm herleiden. En het is altijd oppassen, dat ik geen andere delen van het model beschadig.’

Een logisch palenbos

Terwijl de restauratiewerkzaamheden in volle gang waren, werd ‘De Haven’ inhoudelijk uitgedacht door een projectteam dat - naast projectleider Mensinga en conservator Briek - bestaat uit een educator, een marketeer en een medewerker van de technische dienst. Zij benaderden vormgever Lies Willers, mede-oprichter van ontwerpbureau OPERA Amsterdam in 1994 en sinds 2013 werkzaam als onafhankelijk ontwerper en adviseur voor onder meer de Hermitage en het Mauritshuis.

Willers stortte zich vol enthousiasme op de expo. ‘De Rotterdamse haven is extreem fotogeniek. Met mijn ontwerp wilde ik die dynamiek overbrengen in combinatie met het mensenwerk, dat de haven draaiend houdt.’ Daarvoor ging Willers uit van de verhalende kracht van de collectie, maar maakte ook ruimte voor video’s en teksten om de objecten te duiden. ‘Het resultaat is een gelaagde installatie, waar bezoekers lekker kunnen rondstruinen, ontdekken en eindeloos kijken. Ze worden echt ondergedompeld in de haven.’

Het vormgeven van de expo was een puzzel. Alle modellen én platte objecten moesten een plek krijgen, maar er moest ook ruimte zijn voor de video’s en teksten. Alles kwam uiteindelijk samen in een indrukwekkende stellage, waaruit sterk het depotgevoel spreekt. Willers heeft in haar carrière bij veel musea achter de schermen rondgelopen, vertelt ze. ‘Dat is heel inspirerend. In een depot kun je de veelheid van de collectie echt inademen. Dat zullen bezoekers ook beleven in deze tentoonstelling. Een opwindende en uitdagende ervaring.’

Wie ‘De Haven’ bezoekt, loopt tussen de scheepsmodellen door, die op en tussen houten balken staan. De installatie doet denken aan een schip dat in de steigers staat. ‘Het lijkt een chaotisch palenbos, maar als je beter kijkt, zie je de details, structuur en logica.’ Eigenlijk is de ogenschijnlijke wirwar heel overzichtelijk, net als de infrastructuur van de haven.

Zeven mijlpalen

Samengebracht in Willers’ ontwerp geven de objecten een blik op eeuwen van maritieme ontwikkeling. Zeven mijlpalen tonen de totstandkoming van de haven: welke momenten maken dit tot zo’n toonaangevende plek? Zo wordt in ‘De Haven’ aandacht besteed aan het veranderende werk van de havenloods, aan de tewaterlating van oceaanstomer ss Leerdam en de oprichting van de Holland-Amerika Lijn. Daarnaast komt ook dé uitvinding van de vorige eeuw aan bod: de container, die het transport van grote hoeveelheden producten makkelijker maakte. Mede daardoor kon de haven zo groot worden als hij nu is.

In de tentoonstelling wordt ook het belang van de binnenvaart belicht: zonder deze vorm van scheepvaart zou de Rotterdamse haven nooit zo belangrijk zijn geworden. Een bewijs van innovatie in deze sector, is de ontwikkeling van de ‘Semper Fi’: een binnenvaartschip met een romp met minimale weerstand en een bijzondere hybride aandrijving, die zowel zuinig als schoon is.

De ontwikkeling van de haven laat ook zien dat Rotterdammers van aanpakken weten. Rond 1900 bleken de bestaande havens te klein voor de steeds grotere schepen die vanuit de hele wereld naar de stad kwamen. Om te kunnen voortbestaan als handelsstad, moest er een haven komen, die maar liefst vijf keer groter was dan de Maashaven. Dat werd de Waalhaven – nog steeds de grootste gegraven haven ter wereld. Het is slecht één van de boeiende verhalen over de Rotterdamse haven, waarmee bezoekers straks het open depot van ‘De Haven’ uit zullen wandelen.

 Zetten bok Titan - Foto uit collectie: Maritiem Museum Rotterdam

Zetten bok Titan - Foto uit collectie: Maritiem Museum Rotterdam