Mevrouw Cool aan boord van de Slamat van de Rotterdamsche Lloyd (1927):
"Eerst bekijken we rustig de boot, alles even keurig en verzorgd. Op ’t dek is het druk met afscheid nemende menschen, champagne en een strijkje. Aan de anderen kant is het veel rustiger, waar wij zaten, genietend van ’t drukke gedoe op de Maas. Dan eindelijk hooren we de fluiten van ’t vertrek. We gaan aan den kant van den aanlegplaats en kantoren, honderden menschen staan op de ka te wachten, tot de boot vertrekt. ’T duurt te lang; wel heel naar dien tijd. Dan een fluit die indruk maakt. De loopplank van de 2de klas wordt met takel ondersteund door vele mannen en op de aanlegplaats neergezet. Nu is ’t wachten op den administrateur, weer een fluit en de loopplank 1ste klas wordt weggehaald. Javanen en Chineezen vormen den achtergrond aan land, dan heel heel langzaam wordt door twee kleine booten de “Slamat” van den kant afgetrokken. Dan eindelijk gaat hij vooruit, langzaam de Nieuwe Waterweg af."

Onbekende passagier aan boord van de "Coblenz" van de Norddeutscher Lloyd (1928):
“Half twaalf begaf ik me naar m’n slingerende hut 305, om daar in slaap gewiegd te worden door de donkere, bruisende golven, waarover zich de Coblenz onvast maar zeker den weg baande door wind, golven en duisternis naar het verre zonnige Zuiden. Ik achtte het echter veiliger, als zoveelen deden, een wollen deken mee naat ’t dek te nemen, om daar den slaap trachten de vatten. En wanneer een golf zijn witten kop boven de verschansing uitstak, zag hij dames en heren tot aan den neus in de wollen dekens gewikkeld, languit op hun ligstoel.”

Mevrouw Goris aan boord van de ‘Maasdam’ van de Holland-Amerika Lijn (1960):
“We hadden een bijzonder Captains dinner en wel Christmas Dinner. Het was ontzettend leuk. Aan iedere tafel kwam de kerstman die ons een lepeltje aan bood waarop staat Merry Christmas, een leuk souvenir.”