De 'Annigje' is een van de topstukken van het Maritiem Museum. Het zeilschip staat symbool voor de binnenvaart rond 1900 waarin de haven van Rotterdam zich ontwikkelde tot een knooppunt voor de binnenvaart. Schepen voeren af en aan met hun lading en Rotterdam werd een echte overslaghaven. Uniek is dat het schip nog steeds kan zeilen, meer dan honderd jaar oud is en geheel authentiek ingericht is. En je kunt het schip bezoeken! Je bent welkom aan boord. Hier ontdek je hoe de schipper en zijn gezin vroeger aan boord leefden en werkten.  

Schipper Gerrit Hutten laat dit stalen zeilschip in 1908 bouwen, een Hasselter aak, en vernoemd het liefdevol naar zijn eerste vrouw. De belangrijkste bron van inkomsten voor deze schipper was turfvaart. Later wordt er ook gevaren met zand, grint en tijdens de tweede wereldoorlog ook met hooi. Om zoveel mogelijk lading te kunnen vervoeren is het grootste deel van het schip laadruimte.

Eerbetoon aan deze schippersfamilie te zien op de fok

Binnenvaartschippers woonden vaak met hun gezin aan boord. De kleine woning, het 'roefje' was hun huiskamer, slaapkamer en keuken tegelijk. Samen met zijn vrouw en zes kinderen werkte de schipper dag en nacht voor een mager inkomen. Als eerbetoon prijkt een oude foto van deze schippersfamilie nu op de fok van het schip.

Symbool van innovatie: van zeilvaart naar gemotoriseerde vaart

In 1933 krijgt de 'Annigje' hulp van een ‘opduwertje’, een klein gemotoriseerd vaartuigje dat het schip opduwt, zodat de schipper niet meer afhankelijk is van de wind om zijn lading op te halen of te lossen. Dit was destijds een belangrijke ontwikkeling in de binnenvaart, een omschakeling van zeilvaart naar gemotoriseerde vaart vanaf de jaren 1920.

Waar die ovale planken aan de zijkant van het schip voor dienen?

Die twee planken heten ‘zwaarden’ en ze worden gebruikt op platbodemschepen zoals de ‘Annigje’ en zorgen ervoor dat het schip niet van z'n koers wordt weggeblazen (dat heet officieel ‘verlijeren’), maar min of meer tegen de wind in kan zeilen.